Het gedicht Sylla is opgedragen aan voormalig Willem II-voetballer Mohammed Sylla. Een man die nooit echt heeft kunnen imponeren. Hij scoorde weinig en zijn acties waren eerder mooi dan effectief. Toch waren opvallend veel toeschouwers gecharmeerd van Sylla. Een merkwaardig fenomeen: niet presteren en toch populair zijn. Een verklaring hiervoor is niet te geven. Dit gevoel van onbegrip heb ik, Sylla-adept, in onderstaand gedicht vervat. Het gedicht is opgestuurd naar voetbaltijdschrift Hard Gras, doch niet gepubliceerd. Voorgedragen te Schiermonnikoog, 1 december 1995. Sylla Gij, tropische verrassing de zwarte parel van Guinee slepend, slijpend, slopend de defensie van de wederpartij Een schot dat geen doel treft bepalend voor het beeld van de trouwe fan Dan een omhaal veel raffine- weinig rendement Het kapsel verandert met de week lange manen korte stoppels niets helpt Waarom dan toch die held? vanwaar die bewondering? zijn komaf, zijn kleur? zijn blik, zijn geur? ik weet het niet sommige helden zullen zich nimmer duiden Terug naar overzicht Het gedicht Sofie, de vriendjes is geschreven ter gelegenheid van het afstuderen van Sofie Eisenburger en is voorgedragen op haar afstudeerfeest. (mei 1996) Sofie, de vriendjes Hans, Peter, Johan, Diederik, Bertje, Rowan. Karel, Pieter, Tony, Martin, Bart en Ronny. Kevin, Brian, Barry, Wesley, Brent en Gary. Suki, Knurft, Wijnand, Harry, Dickie, Bertrand. Jan, Pier, Tjoris en Korneel, Bert en Ernie, weet ik veel. Both, De Valk, Slijpers, Jansen, De Vries en Pijpers. Klaas-Willem, Jochem, Jan-Kees, Jurgen-Bob, Frans-Michiel en Cees. ...tot zover de propaedeuse. Maar dan! Een nijvere boer uit Reusel ja, van Brabants makelij Janne Wûrm zijne naam ja die past bij mij! dacht Sofie en droomde verder... van Dick uit Zwolle Leharco van dat gala Peter uit de kroeg De Valk ruim een jaar ja. Toen... toen kwam de verlosser want Toon bleek wie ze zocht Na al die jaren lijkt Sofie definitief verkocht. Terug naar overzicht Het verhaal Twee mensen gaat o.a. over een jonge studente in het Tilburgse studentencircuit, die door literator Both wat al te veel schoonheid werd toegedicht. Vooral om hèm het nodige inzicht te verschaffen is dit verhaal geschreven. Voorgedragen te Oudorp, 27 september 1996. Twee mensen Voorjaar. Een meisje van pakweg 20 jaar oud. Een niet bijzonder charmante verschijning. Nou kan het zijn, dat een vrouw die niet direct charmant voorkomt bij een tweede blik toch blijkt te beschikken over bepaalde gelaatstrekken waar -plat gezegd- een markt voor zou moeten zijn. Dit was zo'n typisch nietszeggend meiske waar zelfs een zwaar gefrustreerde slotmonnik zijn klooster niet voor zou verlaten. Blond, dof haar, met de glans van een verweerd t-shirt en waarvan zelfs een leerlingkapper direct de dode punten zou waarnemen. Haar blik was grauw, zonder zelfvertrouwen. Een glimlach was nog nimmer bespeurd. De sproeten die de meeste bijna volwassen vrouwen een nog niet bedorven speelsheid meegeven, lijken bij haar nog het meest op roestvlekken die men bij verweerd chroom pleegt waar te nemen. Ze is niet geliefd bij haar leeftijdsgenoten. Door haar grijze voorkomen wordt ze zelden opgemerkt. Ze fantaseert vaak, dat ze het middelpunt is van een spetterend feest, een geile orgie of dat ze als gevierd zangeres het podium wordt afgetrokken en haar rok door honderden grijpgrage mannenhanden aan flarden wordt gescheurd. Wanhopig realiseert ze zich, dat die hoop ijdel is. Zoals een patiënt gevoelig is voor zijn behandelende psychiater, zo voelde zij steeds meer sympathie voor de man die voor de banken stond te prediken. Deze man was waarlijk een bijzondere verschijning. Noch zijn vakbroeders, noch zijn studenten namen hem serieus. Zijn vakkennis was weliswaar toereikend, maar zijn persoonlijkheid schoot tekort voor een respectabele positie. Toch, deze man was gezegend met een scherpe blik voor sociale misstanden. Waarschijnlijk doordat hij vroeger vaak het slachtoffer was van pesterijen. Zijn trieste jeugd schroeide zijn netvlies bij het zien van dit lijdende meisje. Gefluisterd wordt dat hij -in een opwelling van medemenselijkheid- haar een bepaalde schoonheid toedichtte die de realiteit zwaar geweld aandeed. Hoe dan ook, ze vonden elkaar. Zij streelde zijn borsthaar, zijn leren broek zwolde. Zijn blouse plakte. Haar lichaam trilde. Ze dreef naar hem toe. Love you, mompelde ze. Je bent m'n beste leerling, Twannie. Terug naar overzicht Opsporing verzocht is mijn eerste filmscript. Weliswaar erg kort, maar hoe dan ook een aardige vingeroefening. Mogelijk wordt het script nog eens door De Liederentaefel verfilmd. Opsporing verzocht Zaak 1: Zwingelspaan Achter een desk in een decor van OPSPORING VERZOCHT zitten presentator WILL SIMON en korpschef FREEK VAN OPSTAL. Eerst totaalbeeld; daarna close-up WILL SIMON. WILL: Bij de familie BOTH in het Noordbrabantse Zwingelspaan is grote beroering ontstaan na de plotselinge verdwijning van hun hond CABUS. Na de middagwandeling van de heer BOTH met zijn Golden Retriever afgelopen woensdag is niets meer van de hond vernomen. Naast mij zit de heer VAN OPSTAL, korpschef van de politie in Klundert. Mijnheer VAN OPSTAL, komt het vaker voor dat honden plotseling verdwijnen? Close-up FREEK VAN OPSTAL FREEK: U begrijpt mijnheer SIMON, dat ik, hangende het onderzoek, hierover nu geen mededelingen kan doen. Two shot WILL: CABUS is een Golden Retriever, een jachthond. CABUS staat bij de lokale bevolking bekend als een zeer bekwame jachthond. Denkt u, dat dit gegeven verband houdt met de plotselinge verdwijning van het dier? FREEK: Op dit moment sluiten wij niets uit. We hebben een uitgebreid buurtonderzoek gehouden in Zwingelspaan èn Klundert. U begrijpt, dat ik in het belang van het onderzoek hierover geen mededelingen doe. WILL: We gaan terug naar woensdag. De heer BOTH maakte zoals gezegd zijn gebruikelijke middagwandeling met zijn hond. In beeld verschijnt een plattegrond van de gemeente Klundert. Met behulp van een viltstift geeft WILL aan welke route de heer BOTH heeft gevolgd. WILL: Normaal gesproken loopt de heer BOTH met zijn hond linksaf de dijk op, richting Klundert. Op deze fatale woensdagmiddag echter koos hij voor de richting Zwingelspaan, rechtsaf dus. Denkt u, mijnheer VAN OPSTAL, dat deze merkwaardige koerswijziging wat van doen heeft met de verdwijning van CABUS. Two shot FREEK: Mijnheer SIMON, dat zóú kunnen. In dit stadium van het onderzoek sluiten wij niets uit. Wij hebben echter geen sterke aanwijzingen dat dat ook daadwerkelijk het geval is. WILL: Wat kunt u zeggen van de gemoedstoestand van de heer BOTH op deze bewuste woensdagmiddag? FREEK: Hangende het onderzoek lijkt het mij niet verstandig op deze vraag in te gaan. WILL: (spreekt geïrriteerd) Kunt u dan misschien -hangende het onderzoek- een signalement geven van CABUS? FREEK: Dat kan ik. WILL: Mmm. FREEK: CABUS heeft een lichte huidskleur, is ongeveer zes jaar oud, en wellicht nog het meest opvallend: hij is nogal zwaar geschapen. WILL: Zou dat laatste gegeven misschien verband kunnen houden met zijn plotselinge verdwijning? Close-up FREEK FREEK: Dat sluiten we niet uit. Het is bekend dat aan de Zwingelspaansedijk de gebroeders HANNES en MANNES woonachtig zijn, ook wel bekend als de 'schapenneukers'. Deze gebroeders wonen in de richting van Zwingelspaan: dezelfde richting dus als die de heer BOTH voor de verandering opliep met zijn hond. Bovendien is bekend dat HANNES een zogenaamde homo-sodomist is. Voor de kijkers: hij bedrijft seks met dieren van hetzelfde geslacht. Opvallend is daarom ook, dat tegelijk met de verdwijning van CABUS ook HANNES is verdwenen. Two shot WILL: Welke vragen heeft u voor de kijkers thuis? FREEK: Wij willen graag in contact komen met mensen, die CABUS na de bewuste woensdagmiddag nog gezien hebben, of die ons meer informatie kunnen geven over de huidige verblijfplaats van CABUS. Daarnaast willen wij weten waar HANNES zich op dit moment bevindt. Hierbij wil ik ook een beroep doen op HANNES zelf. Close-up FREEK FREEK: HANNES, we weten dat je nu kijkt. Geef je aan bij de politie... Two shot WILL: Goed. Dames en heren. Kunt u de politie helpen, bel dan met de politie van Klundert 0162-56.56.36 of met de plaatselijke politie. Camera zoomt uit. WILL pakt zijn papieren bij elkaar en FREEK veegt wat zweet van zijn voorhoofd. Elke overeenkomst met bestaande personen en dieren berust louter op toeval. Terug naar overzicht Omdat koffie maar op één manier gedronken mag worden... zwart! Voorgedragen te Utrecht, 17 oktober 1997. Zwart 'Alles erop en eraan, meneer?', vroeg de mooie, jonge vrouw. 'Ja', glimlachte ik met gespeelde verlegenheid. Twee minuten later kwam ze bij me terug. Ze had een mooi hoofd, weliswaar wat dikke kuiten, maar bovenal een sympathieke uitstraling. Ze zette de koffie voor me neer, zwijgend. Ik betaalde immers op rekening. Ik staarde wat voor me uit en dacht aan niets. Totdat een goede vriend vroeg of hij bij me mocht komen zitten. Knikkend beantwoordde ik zijn retorische vraag. Hij bestelde een koffie en op de plagerige vraag 'Alles erop en eraan?' antwoordde ook hij bevestigend. Twee minuten later was de vrouw er weer. Een gedreven serveerster, die uitstraalde de elementaire levensvraagstukken al sinds lange tijd te hebben opgelost. Ze straalde een zekere wijsheid uit. Mijn vriend zag het niet. Zijn ogen dwaalden slechts af naar de tafel voor hem, wanhopig zoekend naar een lepeltje. Snel draaide hij het schoteltje, nieuwsgierig naar wat de blinde zijde hem te bieden had. Hij schrok. Geen lepeltje. Noch suiker, noch melk. Gepikeerd wenkte hij de dienstdoende serveerster. De vrouw liet zich gelden. 'Meneer, wat denkt u wel? Dat wij alles wat u wilt drinken op voorraad hebben? Dat wij die enkeling die vraagt om een blended straight whiskey direct van dienst kunnen zijn? Hoeveel dranken denkt u dat er ter wereld zijn? Precies, miljoenen! De kans dat wij een drank níet op voorraad hebben is vele malen groter dan dat we die drank wel hebben. En u vraagt onomwonden om een koffie met melk èn suiker. Wees reëel en biedt uw verontschuldigingen aan.' Mijn vriend kromp ineen. Wat hij wilde kon niet, was not done. Hij mompelde... 'melk en suiker'. Plots begon hij te huilen. Een oude, charismatische man liep naar ons toe. Hij had het tafereel van afstand gevolgd. De serveerster begroette de man eerbiedig met 'professor'. Hij legde een hand op de linkerschouder van mijn vriend. 'Jongeman', sprak de man warm. Voor hij verder kon spreken herstelde mijn vriend zich. 'Professor', zei hij, 'ik weet wat u wilt zeggen. U heeft gelijk. Natuurlijk, koffie behoeft geen additieven. Dat weet ik.' De professor doorzag de innerlijke strijd die woedde in mijn verwarde metgezel en zei: 'Jongmens, vrees niet voor gezichtsverlies.' Mijn vriend bloosde, stond op en zei: 'Dank u wel, professor.' Terug naar overzicht De eerste kennismaking met Gerrit Komrij was overweldigend. In een bomvolle studiozaal van de Schouwburg Tilburg droeg hij nevenstaand gedicht voor. De zaal was muisstil, Komrij de rust zelve. Geroutineerd, elke beweging geregisseerd, had hij de zaal in zijn macht. Elke klank was raak. Liefde Ze liggen op elkaar, schurft op eczeem. Je hoort de schilfers knappen. Roos stuift op. Hun schedels glimmen als een diadeem. Ze liefkoost teder zijn gezwollen krop. Zijn pink verdwijnt in een abces van bloed. Ze kronkelt. Uit haar mond springt slijm. Een blaas Ontploft. Zijn krop wordt blauwer. Hij vat moed. Hij rolt haar op haar rug. Hij is de baas. Dan gaan zijn sleetse lendenen tekeer. Het is een machtig knarsen. Het gesop Van kwijl in etter kent geen einde meer. Zij kotst. Gods wonder in een notedop.