Koud als een steen sprak men tot hem "Als er geen begrip is heeft liefde geen waarde" Zonder liefde was zijn wereld koud, koud als een steen Koud als een steen was zijn doodskist die langzaam zakte in het graf gevolgd door onbegrip in de vorm van tranen koud als een steen Koud als een steen was de donkere aarde die hem dankbaar ontving Hier vond hij zijn rust met boven zijn hoofd een zerk koud als een steen Versuft kijkt hij naar zijn polsen blauwe bloedvaten vormen een netwerk van wegen. Blauwe bloedvaten maar als hij het mes er langs laat glijden laat het een rood bloedspoor na. Een rood bloedspoor wat hem wit doet kleuren Rood, wit, blauw en hij denkt aan Frankrijk want hij is geen nationalist. Ik ben je gaan begraven in mijn eentje vanacht vlak bij de vloedlijn, in het koude natte zand. In de hoop dat het water de herinneringen zal wegspoelen die mij tergen in de nacht maar ook overdag. Ik weet dat je niet dood bent en toch stierf je voor mij een beetje en omdat stukje rouw ik nu omdat het het enige is wat heeft bereikt wat jij zo graag wilde. Een verlichte trein in de donkere nacht glijdt langzaam voorbij en brengt me in de war De grote sterrenhemel boven mijn hoofd een bleek wite maan Gedachten glijden langzaam weg en laten mij alleen achter met als enige bescherming de dichte mist In een wereld omringd door geweld valt een stilte In een wereld vergeven van angst valt een stilte Een stilte die zoveel meer zegt dan het geweld en die de angst zo goed uitdrukt. Onsterfelijkheid Voor jaren verborgen geweest onder beton en zand werd hij blootgesteld aan het heldere zonlicht. Na honderden jaren toch weer terug op deze aardbodem. Een normale dood gestorven, als een onbekende. En nu dan toch eindelijk, na enkele eeuwen beroemd! Volmaakte misdaad Hoge golven rollen op het strand witte schuimkragen achterlatend die langzaam oplossen Protest omdat ik de waterspiegel breek Een gat wat snel weer verdwijnt onder water zonder een spoor achter te laten van mijn eerdere aanwezigheid PTSS In de duistere schaduw van het vergeten verleden dwalen de herinneringen aan een betere tijd Onvergetelijke feiten die verdrongen zijn uit angst, angst voor afhankelijkheid, en beland zijn in de ondoordringbare duisternis van de menselijke geest Hopeloze pogingen dat wat eens was te vergeten, verbannen, voor altijd voorbij. Relatietherapie Een schaar en papier vinden elkaar in een moordende omhelzing. Het papier zo monogaam, wit als een maagd. De schaar verroest, een oude rot in het vak en toch beleven ze samen dat ene hoogtepunt dat ook onmiddellijk het einde betekent. Een moord uit liefde of uit lust? Stilte Ik open mijn mond om te schreeuwen maar er komt niets uit. Stilte Ik sla met mijn handen op de tafel maar hoor niks Stilte Er zijn mensen overal om me heen maar ze zeggen me niks Stilte En langzaam sluit ik me erin op in mijn eigen Stilte Toch zonde van die hoer (zeer vrij naar John Ford) Gestorven,maar in de herinnering gebleven zweefde zij rond om de aardbol, in de illustere lagen der fantasie, voortdrijvend op een lustgevoel voortgekomen uit gestorven liefde en herboren haat oneindig veel groter als voorheen voor de wereld die de hare was, maar die ze niemand toewenste. Ultiem bewijs De kolkende golven woelen het weide oppervlak waarna het de kalmte terugvindt. Daar ligt het, autoritair met al zijn macht Het koude water waar wij allen terugkeren direct, als slachtoffer of langs slinkse wegen heeft het ons in zijn macht. Respect afdwingend, alleen al zijn grote, toch gevoelsmatig verplicht zich zo af en toe op een afschuwelijke manier te bewijzen. Ondanks zijn macht toch onzeker. Verwarring Gedachten betasten een gevoel, wat ongekend onbekend is, maar wat blijft ronddraaien in grote cirkels om het doel wat niet meer is, maar ooit weer zal wederkeren. Gedachten aan een verleden wat is losgelaten uit wanhoop maar opnieuw wordt gezocht omdat het gevoel aanwezig zal blijven tot het verleden weer deel is van het heden Wereldreiziger Zijn verleden achter zich latend volgt hij een nieuw spoor zonder ook maar iets te herkennen loopt hij, zachtjes in zichzelf pratend constant verder, zichzelf niet de kans gevend ook maar ergens aan te wennen. Als een machine, meer dood dan levend loopt hij al doemdenkend door. LOS VAN DE TIJD Ze hadden elkaar ontmoet in de wereld tussen het vroeger en het nu, beide hinkend op twee gedachten. Dat wat geweest is vergeten en niet langer meer stil staan bij dat wat nog komen moet. Leven in een soortement tijdloosheid. Onmogelijk zou men zeggen, maar toch leken ze succes te hebben. Omdat ze beide een ander verleden en een andere toekomst hadden. Via de ander konden ze deze twee tijdlagen vergeten en leven in een eigen ontworpen tijdsbestek, wat niet bestond uit dag en nacht of winter en zomer, maar enkel uit periodes van activiteit en periodes van rust. Ze hadden zich helemaal afgesloten van de rest van de mensheid, hadden hun eigen leefruimte gecreeërd bestaande uit één kamer en een overdekte tuin waar ze hun eigen voedsel verbouwde, want ieder contact met de buitenwereld zou hun tijdsschema verstoren, het in duizend stukken doen breken. Langzaam begonnen ze te vergeten. Ze leerden elkaar, alleen nog maar aan het nu te denken, wat in het begin een onmogelijke opgave was. Ieder mens is zo gebouwd, alleen al uit bescherming voor zichzelf, om te denken over het verleden, om niet meerdere malen dezelfde fout te begaan. Een kind leert door zijn ervaringen en een verleden is hier bij onmisbaar. Maar ook de toekomst is belangrijk. Iedereen wil zijn leven op zijn eigen manier indelen en dit is onmogelijk zonder te denken over je toekomst. Ieder mens weet wel wat hij over een uur, een dag of een week wil gaan doen. Ook de menselijke tijdklok begon hun parte te spelen. Op gezette tijdstippen hadden ze honger of slaap. Ieder mens deelt zijn leven ongemerkt in naar gewoontes. Maar door steeds kleine veranderingen aan te brengen in deze gewoontes en door de afwezigheid van iedere vorm van tijdsaanduiding, konden ze hier toch langzaam aan ontkomen. Ze wisten niets van elkaar en dat was ook de basis van hun relatie. Niets mochten ze van elkaar weten. Ze spraken elkaar alleen nog maar met "jij" aan. De manier waarop ze de dag doorbrachten lijkt mischien vreemd voor een buitenstaander, gezien het doel waar zij naar streefde. Het grootste gedeelte van de dag zaten ze te mediteren. Een vreemde zaak, want binnen onze wereld -met het gebruikelijke tijdsbestek- houdt meditatie juist in dat je nadenkt over het verleden en de toekomst. Maar dit was niet het geval. Deze meditaties bestonden enkel uit het nadenken over één bepaald voorwerp. In het begin hielden ze dit niet langer dan één àtwee minuten vol maar op een gegeven moment waren ze zo ver dat ze uren lang bijvoorbeeld aan een punaise konden denken. En aangezien de mens maar bewust aan één ding tegelijk kan denken, dachten ze dus niet aan de twee tijdlagen die ze zo angstvallig probeerde te vergeten. Eindelijk begonnen ze te bereiken wat ze wilde. De eerste aanwijzing dat hun nieuwe levensstijl succes leek te hebben, was het moment dat ze plotseling niet meer over eten beschikte. Geen van beide had meer aan het verbouwen van voedsel gedacht, dat was iets voor de toekomst en dus onbelangrijk. Op een ochtend sloop er een poes naar binnen en dat bracht haar weer terug bij het begin, aangezien de poes haar hele verleden weer naar boven had gehaald. Voor hem was dit een moeilijke tijd. Het vergde heel veel van hem om door te zetten, want zij leek op dit moment zoveel plezier te beleven aan haar herinneringen. Soms zat ze lachend voor zich uit te kijken, iets wat hij haar nog nooit had zien doen. Maar hij wist beter, voor even leek het leuk maar na een tijdje zou het verdriet weer komen. En hij kreeg gelijk. Na één week begon zij weer opnieuw met vergeten, naar aanleiding van een hele vervelende droom over haar verleden. Dat was de eerste keer, dacht hij, dat dromen hen van pas kwamen. Want dromen heb je niet in de hand en het was hen nog niet gelukt verleden en toekomst ook uit hun dromen te verbannen. Hun bewustzijn hadden ze nu geheel in de hand maar hun onderbewuste zorgde er nog vaak voor dat ze een flink stuk terug vielen in hun vooruitgang. Ze leefde zo drie jaar lang en alles leek goed te gaan. Nog maar één keer in de twee maanden droomde ze nog over hun verleden of toekomst. Het grootste gedeelte van hun vroeger meegemaakte gebeurtenissen hadden ze uit hun gedachten weten te bannen. Een overbuurvrouw had de verzorging van hun maaltijden op zich genomen nadat ze had ontdekt dat ze al twee weken niet hadden gegeten. In een periode van activiteit, voor de buurvrouw zondagnacht, zaten ze samen te mediteren toen hij plotseling begon te jammeren. " Alles is voor niets geweest. We hebben het helemaal verkeerd gedaan. Wat zijn we stom geweest" Zij negeerde hem, nog half in haar meditatie. "Moet je luisteren, toen wij hier aan begonnen wisten we niets van elkaar, we hadden een ander verleden en een andere toekomst. Maar nu we hier zo samen wonen geldt dat niet meer. We hebben nu dezelfde toekomst. "Nu keek zij op. "We kunnen toch samen onze toekomst vergeten, dat doen we nu al zo lang. " "Nee, dat is niet mogelijk. Het is mogelijk je eigen toekomst te vergeten, dat gaat alleen ten koste van jezelf. Dat is toegestaan. Maar op deze manier vergeet ik ook jouw toekomst. Dat gaat ten koste van jou en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Het is afgelopen. We moeten eigenlijk terug naar de wereld van tijd, maar dat kan niet meer, we zijn te lang weg geweest. We zijn beland in het gebied tussen onze eigen tijdloze wereld en de wereld van de mensen om ons heen en daar zullen we voor goed moeten blijven. Tenzij één van ons in zijn eentje over blijft. " Snel stak hij toe, vergat het en leefde rustig verder. Roulette Het feest was opvallend stil. Renate wist wel dat het niet echt druk zou worden aangezien de gastheer, John, zich de afgelopen jaren niet erg geliefd had gemaakt. Toch verwachtte ze dat een groot deel van de genodigden zou komen. Al was het maar om de gratis dranken en hapjes. Renate zelf vond dat ze het niet kon maken niet te komen. "Hij is uiteindelijk de persoon die mij steeds weer uit de financiële problemen helpt. Hij is vast wel aardig, maar hij verbergt het achter zijn gladde praatjes", had ze aan Ton, haar vriend, uitgelegd. Ton was met haar meegegaan, zodat ze niet de hele avond de oervervelende verhalen van John hoefde aan te horen. Maar nu het zo rustig was kon ze er niet onderuit zich ook in het gesprek te mengen. Verveeld zat ze het interieur te bestuderen, zo af en toe op goed geluk "ja" en "nee" roepend. John's huis was tekenend voor zijn karakter. Het was een modern ingerichte kamer voorzien van alle gemakken. Maar het straalde iets ontzettend koels uit, door het vele wit en de simpele lijn in alle meubels. Het was wel met smaak ingericht, maar zij zou hier nooit kunnen wonen, bedacht Renate zich. Ze schrok op uit haar gepeins, er zich bewust van wordend dat er een vraag was gesteld door John. Op goed geluk riep ze "ja", wat voor enige consternatie zorgde aangezien John net vroeg of hij hun verveelde met zijn verhalen. Snel vertelde Renate hem dat ze antwoord gaf op een vraag van Ton, en dat ze John's vraag helemaal niet had gehoord. John slikte dit als zoete koek. Hij kon zich gewoon niet voorstellen dat iemand zijn verhalen niet interessant zou vinden, en hij ging al weer verder met zijn uiteenzetting over de produktiecijfers van zijn confectiebedrijf. "Als je had gezegd dat je even een woordje wisselde met je overleden grootmoeder had hij je ook geloofd", fluisterde Ton in Renate haar oor, wat hem onmiddellijk de gelegenheid gaf haar op haar oor te zoenen, iets waarvan Ton wist dat Renate dat zeer op prijs stelde. "Als het over een uurtje nog niet gezellig is, dan gaan we er vandoor", opperde Ton, wat Renate een prima idee vond aangezien ze wel wist dat het niet gezellig zou worden. Het daarop volgende uur hield John een betoog over de vele voordelen van zijn kledingmerk boven dat van de concurrent. "Zeg John, moet je eens luisteren jongen. Ik heb mijn moeder beloofd dat ik vanavond haar zoldervloer voor de tweede keer in de lak zou zetten en dat moet echt gebeuren. Anders moet ik namelijk een maand wachten met die tweede laag. En mijn moeder kan het echt niet zelf doen, dat arme mens zou onmiddellijk door haar rug gaan. Dus we moeten nu echt gaan." "Ach, wat spijtig nu, het was net zo gezellig. Ik loop even mee met jullie naar de deur. Ton, veel succes met verven, en jij, Renate, veel succes met je financiën, en je weet het, ik ben altijd bereid je te helpen." John's afscheidsregel was altijd hetzelfde en daarom verbaasde het Renate des te meer dat hij er aan toevoegde: "Je weet wel waarom." "Wat was dat voor onzin? Ik dacht dat John je gewoon zo nu en dan geld leende omdat hij nou eenmaal in de waan is dat jullie vrienden zijn. Wat bedoelde hij nou?" "Ik weet het niet, maar wat doet het er toe. Wees blij dat het 'feest' weer afgelopen is. Je hebt nu wel iets anders om je mee bezig te houden, namelijk het verven van de zolder van dat arme krakkemikkige moedertje van jou. Het is maar goed dat ze niet heeft gehoord wat je over haar zei, want ze had prompt een stukje met je willen gaan hardrennen en ze zou je er uitgelopen hebben. Maar eerst moet je maar eens zorgen dat ik het weer en beetje warm krijg. Ik bevries in dit korte rokje" Ton lachte en sloeg zijn armen om haar heen. Renate wist precies hoe ze met Ton moest omgaan. Als hij lastige vragen ging stellen hoefde ze hem maar even aan te sporen haar te knuffelen, of hij was zijn vraag alweer vergeten. In het begin moest Renate hier heel erg aan wennen. Ze had hem ontmoet bij een vriendin van haar. Ton was een knappe jongen die ook een redelijk intelligente indruk maakte. Ton was ook zeker niet dom, maar hij was erg vakgericht en hij was eigenlijk weinig geïnteresseerd in Renate haar gedachten en problemen. Het was meer uit een gevoel van verplichting, dat hij er soms naar vroeg. Hij liet zich dan ook maar wat graag afleiden tijdens dat soort gesprekken, zoals ook nu. Al snel dwaalde zijn handen af naar de knoopjes van haar blouse, die hij voorzichtig, één voor één, los begon te maken. "Ik zeg dat ik het koud heb, en wat doet meneer... hij begint me uit te kleden. Je bent..." Verder kwam Renate niet. Ton snoerde haar de mond door haar te zoenen, terwijl langzaam zijn hand onder haar blouse verdween. "Ik vind dat die zolder maar even moet wachten", zei Ton. Langzaam liepen ze naar huis. De dag daarna kon Renate haar hoofd niet bij haar werk houden. Die laatste zin van John zat haar dwars. Ze wist namelijk wel degelijk waarom John haar altijd geld leende. Het was eigenlijk puur chantage. Als twintigjarige was Renate verslaafd geraakt aan het gokken. Bijna iedere avond was ze in het casino te vinden, waar ze onmogelijke bedragen uitgaf. En logischerwijs was ze in de problemen gekomen, niet alleen op het financiële, maar ook op het sociale vlak. De paar mensen die van haar verslaving afwisten verachtten haar erom, en de mensen die er niet van afwisten moest ze de hele tijd voorliegen, en ontweek ze dus ook maar liever. Totdat John plotseling was opgedoken. Hij leek haar te begrijpen, verachtte haar niet en bood haar financiële steun aan. Ze kon geld van hem lenen en hij zou haar geen rente berekenen bij het terugbetalen. Renate kon haar schulden betalen en met de hulp van een psychiater kwam ze van haar verslaving af. En John hield zijn woord. Renate betaalde alles netjes terug, zonder een cent rente te betalen. Ze was hem echt heel erg dankbaar. Hij mocht dan zo af en toe saai zijn, toch had hij een goed hart. Een half jaar later was ze weer in de problemen geraakt, toen ze samen met Ton een huis wilde kopen. Ook deze keer bood John haar aan om geld van hem te lenen, maar nu wilde hij wel rente: "Niet veel hoor, maar anders raak ik zelf in de problemen, en dat is niet de bedoeling." John was een medelevend mens, besloot Renate, en dat was Ton met haar eens. John was iemand die je te vriend moest houden, "Vooral jij, die niet met geld om kan gaan". Dat was een feit, Renate kon niet met geld omgaan, en in de jaren die volgden zat ze vaak met geldproblemen. Iedere keer bood John weer aan haar geld te lenen. "Ja meid, ik zal toch weer wat meer rente moeten vragen als de vorige keer. Je weet het, hè: inflatie." Renate accepteerde dit gewoon, totdat ze een keer geld nodig had in de vakantie en John er niet was om haar geld te lenen. Ze sloot een lening af bij een bank, en ontdekte tot haar grote verbazing dat ze twaalf procent rente moest betalen. John vroeg haar onderhand al vijftien procent. Ze besloot hier eens naar te vragen zodra John terug was. John was woedend geworden. "Natuurlijk vroegen die banken minder, die krijgen dagelijks duizenden guldens binnen, die hebben honderden leningen lopen. Maar zij geven niet, zoals ik, uitstel als je het niet op tijd kan terugbetalen. Want je hebt dan wel zo'n leuk baantje waarmee je flink verdient, maar dat geld in je zak houden, vergeet het maar. Wees blij dat ík je geld leen." "Rustig maar John, ik ben ook heel blij en ik ben je ook heel erg dankbaar. Ik begrijp nu best waarom de bank minder rente vraagt." Ze leende weer gewoon geld van John en de rente bleef een tijdje stabiel. Daarna begon hij weer langzaam te stijgen, totdat de rente tot achttien procent was gestegen. "Ik kan het nu echt niet meer opbrengen, John. Achttien procent is echt teveel, bij de bank betaal ik twaalf en een half procent. Dat lukt me, maar achttien procent is echt teveel. Het spijt me, John, maar ik zal echt een lening moeten afsluiten bij een bank. Ik zal Ton uitleggen hoe het zit met die rente, en ik weet zeker dat we dan vrienden kunnen blijven ." Renate was vastberaden zich niet nog een keer te laten overhalen. "Hoe durf je! Ik die je altijd wilde helpen! Ik heb je van je gokverslaving afgeholpen en heb daar met geen woord over gesproken. Ik heb altijd het beste met je voorgehad maar dat kan je nu wel vergeten! Ik zal je vanaf nu als bron van inkomsten gaan beschouwen. Als je probeert ergens anders een lening af te sluiten zal ik mij verplicht voelen Ton op de hoogte te stellen van jouw vroegere voorliefde. Hetzelfde geldt voor het geval dat je zo stom mocht zijn om Ton hierover in te lichten. De rente zal zo af en toe nog wat stijgen maar ik beloof je dat hij niet boven de twintig procent zal komen. Voor de rest blijven we gewoon vrienden, tenminste, voor de buitenwereld, zelf weten we wel beter." John had zijn belofte gehouden. De rente was gestegen tot negentien zeven-tiende procent en was daarna stabiel gebleven. Renate leende altijd geld bij John en had altijd de schijn opgehouden dat zij hem aardig vond, hoogstens wat saai. En nu had hij gisteren plotseling die opmerking gemaakt. Waarom, vroeg Renate zich af. Was het alleen een waarschuwing dat ze echt niet moest proberen er onderuit te komen, of had hij er toch iets anders mee bedoeld? Ze schrok op uit haar gepeins door het rinkelen van de telefoon. "Met Renate Rostveldt." "Dag Renate, met John, zeg... ik wilde even vragen of je niet weer in financiële problemen zit. Je weet het, ik ben altijd bereid je te helpen. Met gegronde reden." "John, wat bedoel je? Ik..." "Okée, to-the-point. Je hebt de laatste tijd veel te weinig schulden en dat bevalt me niets. Daarom heb ik besloten een kleine verandering aan te brengen in onze overeenkomst." "Ja, maar John, ik..." "Jij betaalt mij een bedrag van vijfduizend gulden. Voor dat bedrag beloof ik je dat ik zal zwijgen over jouw gokverslaving. Je koopt als het ware mijn stilzwijgen. Betaal je niet, dan zijn de gevolgen voor jou. De keuze is aan jou, maar ik raad je aan het gewoon te betalen. Daar hebben wij uiteindelijk allebei voordeel bij: ik ontvang weer eens wat geld en jij hoeft je niet druk te maken over problemen met Ton. Maak het maar vóór donderdag op mijn bankrekening over. Je kent het nummer zo langzamerhand wel, neem ik aan. Nou, tot kijk..." "Wacht John, ik..." Aan de andere kant van de lijn klonk enkel nog een veelzeggende langgerekte toon. Beduusd zat Renate met de hoorn in haar hand. Hoe was dit mogelijk, wat moest ze? Gewoon maar betalen, besloot ze in paniek. In het begin redde ze het nog redelijk met haar geld. Ze had zo langzamerhand wel met geld leren omgaan. John had niet voor niets hun afspraak veranderd. Zolang ze maar keihard werkte kwam ze net uit met haar geld. Zo één keer in de vier àvijf maanden eiste John zijn geld op, maar na een tijdje begon Renate toch in de problemen te raken. Ze kwam geld tekort en kon niet meer meebetalen aan de dingen die ze altijd samen met Ton had betaald. Dat was het moment dat Ton toch achterdocht begon te krijgen. "Renate, wat is er toch met je? Je werkt de laatste tijd bijna dag en nacht maar je bent niet in staat om aan de huur mee te betalen. Wat doe je met al dat geld? Als je in de problemen zit moet je het mij vertellen. Ga eens bij John langs voor een lening." Renate trok lijkbleek weg. "Het is niets, laat me met rust!" "Zal ik even met John gaan praten? Ik weet zeker dat hij je wel wil helpen." "Nee! Ik had wat problemen maar ik beloof je dat ze vanaf nu opgelost zijn", sprak Renate met vuur in haar stem. Al haar bloed was naar haar hoofd gestroomd en vastberadenheid klonk in haar stem. De dag daarna belde ze aan bij John. "John, ik moet met je praten. Het is belangrijk..." "Goh, kom je misschien weer eens wat geld lenen? Ik hoorde via-via dat je de laatste tijd nogal eens geld tekort komt. Hoe komt dat nou, meid. Nog altijd een gat in je hand?" Vol vermaak lachte hij om zijn goede grap. "Maar kom verder, pak een stoel!" "Ik kom niet om geld, ik kom je iets vertellen. Ik ben weer met gokken begonnen." "Wát? En dat kom je míj vertellen. Je lijkt wel gek! Je hebt niet eens geld om te vergokken! Wat speel je nu? Nog steeds roulette? Of is het nu misschien Black-Jack?" "Nee John, een ander spel... Russisch Roulette", sprak ze doodkalm, langzaam haar hand uit haar zak halend. Het was voor het eerst dat ze vals speelde...