ISAÄC DA COSTA (1798-1860) HEMELSVAARTSLIED God vaart op met gejuich, de Heer met geklank der bazuin - Psalm XLVII : 6. [Wijze: Psalm 33.] De dag der krooning is gekomen! O all' gy Vorsten! Kust den Zoon! Hy heeft de helburcht ingenomen! De Triumfeerder stijgt te troon! Aarde en Hemel galmen! Sion! van uw psalmen davert het Heelal! God is opgevaren! met gejuich der scharen! met bazuingeschal! Dien dag reeds groette met verlangen het heilverbeidend voorgeslacht! Dien riepen ze uit met ommegangen, toen de Arke Gods werd opgebracht! (2e, 3e citaat) met gewijde reien, trommels en schalmeien vierde reeds dit feest, dezendag der eere van zijn Zoon en Heere David in den Geest! De schaduwbeedtnis is verdwenen, die Isrel door 't geloof verstond! En in zijn Tempel is verschenen de Levende Ark van 't Godsverbond. Buigt u voor den drempel van dien hemeltempel, Kerke Gods op aard! Looft Hem in den hoogen, Heilgen, voor wier oogen God zich dus verklaart! Ge ontsloot u voor den Vorst der eere, o poorten der gerechtigheid! Ge ontfingt der legerscharen Heere in Zijne Middlaarsmajesteit! Jesus daalde neder! Jesus keerde weder in Zijn heerlijkheid, daar Hy voor de zijnen tot Hy zal verschijnen, bidt, en plaats bereidt! De Heere sprak tot mijnen Heere: „Zit aan mijn rechterhand met mij!"( 2e, 3e citaat) Dat alle hoogheid zich verneêre voor 't schepter dezer heerschappij! Leg de waapnen neder voor dien Draakvertreder, overwonnen hel! Schuddet Hem uw palmen, wierookt Hem met psalmen, Geestlijk Israël! De glorie straalt uit dien Behouder, dien 't bloedig zweet werd uitgedrukt! De Heerschappij rust op dien schouder, die onder 't kruishout ging gebukt! Dien de Heidnen hoonden, en met doornen kroonden, heerscht als aller Heer! Dien de wereld smaadde, dien de vloek belaadde, leeft, gekroont met eer! In U verheugt zich thands die Koning, o Kerk, Zijn uitverkoren Bruid! Op U, tot eeuwge trouwbetooning, strooit Hy de gaven zeegnend uit ! (2e citaat) Vier met Hem viktorie op den dag der glorie van des Menschen Zoon, op den dag der krooning van den Vredekoning, Priester op zijn troon! (2e citaat) Ge ontfingt die gaven, blijde scharen, thands geen verlaten weezen meer! Gy zaag uw Heer ten hemel varen - de Heilge Geest daalde op u neêr! De Engelen daarboven, met de Heilgen, loven God, op aard geweest! En de Kerk beneden ziet Zijn plaats betreden door Zijn eigen Geest! Laat ons steeds hopen, bidden, waken, en ons versterken in ons Hoofd! Ook heden wil Hy vreugde maken aan al wie dezen Geest gelooft! (2e citaat) Gy werdt opgenomen, Gy zult wederkomen, onze Hemelvorst! Gy stort uit den hooge stroomen op het drooge, laving aan wie dorst! Laat aarde en hemel zich verbinden, thands door Zijn bloed verzoend te zaam, om voor dien Name lof te vinden, die hooger is dan alle Naam! Van triumfzanggalmen, van Hosannapsalmen, davere 't Heelal! God is opgevaren! Met gejuich der scharen! met bazuingeschal!